Karakterstructuren

Leer jezelf kennen

Het ontstaan van karakterstructuren

Wanneer in de verschillende ontwikkelingsfasen van een kind, in de tijd tussen de geboorte en het zevende levensjaar, lange tijd niet aan de natuurlijke behoeften van het kind is voldaan, dan zal het body-mindsysteem een vorm van bescherming creëren om met de pijn daarvan om te kunnen gaan. Als dit steeds opnieuw nodig is, dan ontstaat er op den duur een bepaald automatisme in de verdediging. We spreken dan van een karakterstructuur. De karakterstructuur kan je zien als een afweermechanisme tegen de pijn. Iedereen ontwikkelt meerdere karakterstructuren, er zullen alleen altijd bepaalde afweermechanismen zijn die de boventoon voeren.

In het volwassen leven zijn bepaalde karakterstructuren een deel geworden van de persoonlijkheid, die zich naar buiten toe laat zien in de vorm van een bepaald ‘masker’. Wanneer de volwassene onder druk komt te staan, dan zal deze, vaak onbewust, vanuit de als kind ontwikkelde afweermechanismen reageren.

Lichaamspantser

Wanneer de levensenergie vrijelijk door het lichaam kan stromen, zorgt dit voor gevoelens van welzijn en vitaliteit. Wanneer een opgroeiend kind zich moet beschermen tegen een onveilige situatie, dan zal het hoogstwaarschijnlijk ‘bevriezen’, waardoor de levensenergie stagneert en blokkades worden gevormd. Een klein kind is namelijk overgeleverd aan en afhankelijk van de grillen van de ouders en de rest van zijn omgeving. Wanneer het kind zijn gevoelens en emoties moet onderdrukken of zich niet kan uiten, dan gaat dit gepaard met verhoging van spierspanning en verkramping. Dit proces van onderdrukken wordt vervolgens een onderdeel van zijn lichaamsstructuur. Dit wordt ook spierpantsering genoemd. Wanneer het kind zijn gevoelens onderdrukt, dan wordt dit karakterpantsering genoemd.

Diverse karakterstructuren

De uiteenzetting over de diverse karakterstructuren is hier noodzakelijkerwijs een beknopte weergave. Er valt nog heel veel meer te zeggen over karakterstructuren, die gevormd worden door een complex geheel van omgevingsfactoren en gebeurtenissen. Ik heb me gericht op het ontstaan ervan in de relatie van het kind met zijn ouders, omdat ik een belangrijke relatie met burn-out zie.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen een zestal karakterstructuren. Niemand past precies binnen een van deze typeringen, de meeste mensen hebben wel iets van alle zes in zich. Soms kunnen één of twee typen overheersen. In diverse ontwikkelingsfasen ontstaan diverse karakterstructuren. Kijk eens welke structuren je bij jezelf herkent.

De afwezige structuur: heb ik bestaansrecht?

Deze karakterstructuur ontstaat in de vroegste periode van het leven. De eerste behoefte van het kind is dat het er mag zijn, dat het gewenst is en geaccepteerd wordt zoals het is. Zijn belangrijkste behoeften zijn geborgenheid, veiligheid en gewenst zijn. Als het gevoel van warmte of veiligheid ontbreekt, dan wordt het kind op zichzelf teruggeworpen en ontstaat er angst om op de wereld te zijn. Omdat het nog zo klein is, mist het houvast en kan het zich nog niet beschermen tegen afwijzing en eenzaamheid. Om de gevoelens van pijn en verlating te ontvluchten, creëert het kind een eigen wereld, stapt uit zijn lichaam of blijft in het contact met de ander een toeschouwer.

Deze structuur ontwikkelt zich in de fase van conceptie tot een halfjaar.

Aanname van het kind: als ik laat merken dat ik er ben, staat mijn leven op het spel. Ik moet dus onzichtbaar blijven. Ik heb geen bestaansrecht. Als ik me openstel, verdwijn ik. Ik ben minder waard dan wie dan ook. Ik ben niet welkom.

Overlevingsstrategie: ik vermijd contact en blijf veilig in mijn fantasiewereld.

Kwaliteiten: goed kunnen observeren, openstaan voor spirituele dimensies, creativiteit.

Je leerpunten zijn: om in je lichaam te komen en je hierin veilig te voelen.

Maskergedrag: je camoufleert je angst om op de wereld te zijn, of je behoefte aan welkom of nabijheid, door een houding van er niet bij te hoeven horen of de ander niet nodig te hebben.

De behoeftige structuur: leren aannemen en uitreiken

In deze ontwikkelingsfase is het kind afhankelijk van de aandacht, liefde en geborgenheid van de ouders. Dat ouders gehoor geven aan de behoeften van het kind is van wezenlijk belang, want als het kind hierin structureel tekortkomt, dan verzwakt dit de basale levenslust. Het kind leert genoegen te nemen met minder dan hem toekomt. Het openlijk vervullen van de behoeften om voedsel, aandacht en warmte te ontvangen, komt daardoor in de verdrukking. Dit laatste kan het kind nog niet aangegeven en daardoor zal het proberen via een omweg zijn tekort aan te vullen. Als het kind niet de zorg krijgt die het nodig heeft, dan wordt dit als uitermate pijnlijk ervaren. In de volwassenheid uit zich dit soms in grenzeloosheid en dat wat je niet hebt gekregen van je ouders te aanvaarden als gemis. Ook het uitreiken naar de ander toe en bij de ander aangeven wat het nodig heeft, is een leerpunt.

Deze structuur ontwikkelt zich in de leeftijdsfase van een half tot tweeënhalf jaar.

Aanname van het kind: als ik vraag wat ik nodig heb, dan krijg ik het niet.

Er is nooit iemand voor mij. Ik verdien het niet, er is niet genoeg. Op een zekere dag krijg ik het. Doe jij het maar, ik kan het niet.

Overlevingsstrategie: ik wil het graag, maar vraag het niet direct. Ik geef aan de ander, zodat ik op deze manier terugkrijg wat ik nodig heb.

Kwaliteiten: scherp zicht op wat anderen nodig hebben, goed voor anderen kunnen zorgen.

Je leerpunten zijn: om dat wat je van je ouders niet hebt gekregen alsnog te aanvaarden en je voeding te halen uit jezelf, de ander en het leven.

Maskergedrag: je camoufleert je behoefte aan aandacht en zorg en het gevoel tekort te komen door voor de ander te zorgen met een indirecte verwachting er iets voor terug te krijgen of door je verlangens niet openlijk uit te spreken.

De symbiotische structuur: versmelten of eigenheid ontdekken

Het kind experimenteert in deze fase met het op eigen benen staan en zelfvertrouwen ontwikkelen. Wanneer het zich niet veilig voelt, zoekt het onmiddellijk de steun van de ouders op. Het leert zich in deze fase los te maken van de ouders en autonoom te worden. Als het kind dan onvoldoende de kans krijgt om op eigen benen te staan, niet leert zijn eigen keuzes te maken, en geen oppositie leert te voeren door nee tegen de ouders te zeggen, dan gaat dit ten koste van zijn autonomie en individualiteit. Het zal zich afhankelijk blijven opstellen tegenover de ouders, waardoor het niet leert zijn eigen ruimte in te nemen, onderscheid te maken tussen zichzelf en de ander, of bij zichzelf te blijven.

Deze structuur ontwikkelt zich in de leeftijdsfase van zes tot veertien maanden.

Aanname van het kind: ik dompel mezelf onder in de ander en hef mezelf op.

Ik ben niets zonder jou. Ik ben niet gelukkig, als jij dat ook niet bent. Ik kan zonder jou niet bestaan.

Overlevingsstrategie: ik heb zonder jou geen kans van bestaan.

Kwaliteiten: erg sensitief, verfijnde waarneming, goed in verbinding maken.

Je leerpunten zijn: grenzen leren stellen, onderscheid maken tussen jezelf en de ander, en het ontdekken van je eigenheid.

Maskergedrag: het camoufleren van grensoverschrijdende impulsen door aanpassingsgedrag, of je focust je op wat er bij de ander speelt in plaats van bij jezelf te blijven.

De wantrouwige structuur: strijd om de macht

In deze fase ontdekt het kind, behalve zelfstandigheid, dat het niet altijd op de ouders kan bouwen wanneer het ze nodig heeft. Als de ouders voor het kind niet steunend zijn of wanneer het kind het gevoel heeft dat het door hen in de steek gelaten wordt, dan ontstaat er bij het kind wantrouwen. Als het kind in bepaalde omstandigheden op zichzelf wordt teruggeworpen, zal het op zijn tenen moeten lopen. Daardoor leert het zichzelf te overschatten en op eigen kracht te overleven. Het kind rekent vervolgens alleen nog maar op zichzelf, waardoor het zich heersend naar buiten zal gedragen of boven zijn macht zal gaan reiken.

Deze structuur ontwikkelt zich in de leeftijdsfase van tweeënhalf tot vier jaar.

Aanname van het kind: als ik maar wil, dan kan ik alles. Ik blijf alles controleren. Ik heb gelijk, jij hebt ongelijk. Intimiteit is mogelijk, als ik maar de baas blijf. Ik zal je laten zien dat ik zonder je kan.

Overlevingsstrategie: voordat een ander mij manipuleert, manipuleer ik zelf.

Kwaliteiten: charisma, enthousiasme, goed in grenzen aangeven en kwesties duidelijk neerzetten.

Je leerpunten zijn: leren je over te geven en angst toe te laten.

Maskergedrag: het camoufleren van je behoefte aan hulp en steun, met een krachtige, intelligente, slimme uitstraling.

De opofferende structuur: ik draag het voor je

In deze levensfase gaat het kind de grenzen opzoeken van de ouders en ervaart het de autonomie over zijn lichaam en zijn leven. Het verbod op zelfbeschikking ondermijnt het plezier in zichzelf. Als het kind door deze druk overweldigd wordt, verliest het de vrijheid in zijn zelfexpressie. Het kind zal zich gaan aanpassen om de liefde van de ouders te behouden. Daardoor leert het niet zijn eigen behoeften te erkennen en er in vrijheid uiting aan te geven.

Deze structuur ontwikkelt zich in de leeftijdsfase van anderhalf tot drie jaar.

Aanname van het kind: als ik laat merken dat ik iets wil, dan vind je me niet meer lief. Ik moet me beheersen. Ik doe toch mijn best. Met mij wordt het nooit wat.

Overlevingsstrategie: ik zal braaf en volgzaam zijn, want dan blijf je van me houden.

Kwaliteiten: een grote mate van verdraagzaamheid, hulpvaardigheid.

Je leerpunten zijn: tot volledige expressie komen en te genieten van de mooie dingen van het leven.

Maskergedrag: het camoufleren van je eigen behoeften met de zorg om een ander, je houdt je in als het gaat om wat je zelf wilt, en je miskent het belang van plezier maken.

De rigide structuur: wordt er wel van mij gehouden?

Het kind is in deze fase bezig met liefde en seksualiteit en gaat zich aangetrokken voelen tot de ouder van het andere geslacht. Vaak uit zich dit in het ongeremd tonen van enthousiasme en plezier. Als bijvoorbeeld een meisje haar vader dolenthousiast tegemoet rent en op zijn schoot gaat zitten en haar vader haar gegeneerd van zijn knie af tilt, dan zal het meisje zich afgewezen voelen. Daardoor zal haar hart zich sluiten en zal ze zich vervolgens terugtrekken. Afwijzing van het gedrag van het kind betekent ook afwijzing van haar gevoelens, omdat het kind hierin nog geen onderscheid kan maken. Kwetsuren in deze fase hebben vaak tot gevolg dat de volwassene terughoudend wordt op het gebied van intimiteit en seksualiteit.

Deze structuur ontwikkelt zich in de leeftijdsfase van drieënhalf tot vijf jaar.

Aanname van het kind: als ik seksuele gevoelens heb, dan houden jullie niet van me. Ik geef mijn hart niet. Ik voel niets. Wat ik ook doe, het is nooit goed. Ik mag me niet openstellen. Ik ben zo perfect als ik maar zijn kan en daar ben ik trots op.

Overlevingsstrategie: als ik me afsluit, dan kan ik niet gekwetst worden.

Kwaliteiten: prestatiegericht en perfectionistisch ingesteld. Heldere visie op wat er nodig is om processen rond te krijgen.

Je leerpunten zijn: durven liefhebben en contact te maken met je hart en je seksualiteit.

Maskergedrag: achter een houding van controle en trots verberg je hoe bang en gekrenkt je bent.

Je zal ongetwijfeld gedachten en eigenschappen van jezelf in de beschrijving van bepaalde karakterstructuren herkennen. Ik wil je hiermee helpen je bewust te worden van je aannames, je overlevingsstrategieën, je kwaliteiten, je leerpunten en je maskergedrag. Inzicht is het begin van werkelijke verandering. Met de leerpunten kun je via een coachingstraject aan de slag wanneer ze je belemmeren in je groeiproces.

Neem contact op

06 – 54 324 324

Marne 55
1186 PC Amstelveen

Gratis parkeergelegenheid