In deel 1 van mijn blog heb je kunnen lezen over hoe karakter, generatielijn en omgevingsfactoren invloed hebben op je manier van grenzen stellen. Daarnaast ontstaan er bepaalde gedragspatronen in de kindertijd die zich op dezelfde manier herhalen of uiten in je volwassen leven. Door aanpassingsgedrag leert een kind niet naar zijn eigen signalen en grenzen te luisteren.

Luisteren naar de signalen van je lichaam

Wanneer je als kind  geen ruimte hebt ervaren om je eigen grenzen te ontdekken en hieraan uiting te geven, dan leer je deze dus te negeren, weg te drukken of er niet naar te luisteren. Daardoor heb je ook niet geleerd te voelen waar je grenzen liggen. Want wat zijn eigenlijk jouw eigen grenzen? En wanneer kom je in de ruimte van een ander? Weer leren voelen waar je grenzen liggen is de eerste stap naar ze ook kunnen aangeven in je omgeving of naar de ander. In mijn praktijk oefen ik hiermee met mijn klanten. Het lichaam is een mooi instrument en weet nog eerder dan het denken dat een ander over je grenzen heengaat. Signalen kunnen zijn: het gevoel achter jezelf aan te hollen, irritatie, hoge ademhaling, snel boos zijn of een kort lontje hebben. Deze laatste is voor mezelf altijd een teken van even pas op de plek maken. Je lichaam geeft signalen af die aangeven dat het tijd is om pas op de plek te maken en opnieuw je prioriteiten te stellen en andere keuzes te maken! In het begin zal je het lastig vinden om je lichaamssignalen te herkennen, maar dat zal steeds sneller gaan. Gaandeweg ga je het sneller herkennen en jezelf hierin sneller bijsturen.

Een ander aspect wat ik veel bij mijn klanten zie is dat ze zichzelf geen toestemming geven om uiting te geven aan hun gevoel. Vaak ligt hieraan een gevoel van onzekerheid ten grondslag. Want: wie ben ik dat ik zo maar mag zeggen wat ik wil? En doe ik de ander dan geen pijn of kwets ik de ander dan niet of stel ik de ander dan teleur? Jezelf permissie geven om uiting te geven aan je gevoel is een proces an sich. Het gaat om het (h)erkennen van die oude overleefpatronen uit de kindertijd waaraan vaak hardnekkig vastgehouden wordt, omdat deze een bepaalde veiligheid en bescherming hebben geboden. Het is vaak lastig om deze los te laten en te vertrouwen op je nieuwe gedrag en nieuwe mogelijkheden. Ga ook doorzien dat wanneer iemand jou bijvoorbeeld afwijst dit niets zegt over jou, maar eerder nog iets zegt over degene die dit doet. Op het moment dat je het bij de ander laat, dan identificeer je je er niet mee en hoef je het dus ook niet op jezelf te betrekken.

Het oefenen van nieuw gedrag

Het aangeven van grenzen gaat gepaard  met het nemen van kleine stappen, zodat je steeds meer vertrouwen voelt om het meer te gaan doen en te durven. Dan ontstaat er op een gegeven moment een situatie waarin je een confrontatie met de ander hebt. En dit is een punt wat veel klanten lastig en soms afhaken. Echter dit is juist een punt om ermee door te gaan, aangezien de omgeving jou laat zien dat je aan het veranderen bent. Je omgeving is in eerste instantie niet blij met jouw gedrags- verandering. Als ze gewend waren dat je overal Ja op zei, dan krijgen ze nu vaker nee van je te horen. Veel klanten schrikken hiervan en zeggen dan tegen me: “Als ik mijn grenzen stel dan krijg ik iedereen over me heen en gaat het mis”. Dan zeg ik vaak tegen ze, dat is een goed teken en dan kijken ze me vaak raar aan. Ik zeg dan: je bent ander gedrag aan het laten zien en daar moeten ze even aan wennen, maar je zult gaan ervaren dat ze je ook met je nee zullen accepteren. In deze omslagfase van gedragsverandering is het dus belangrijk om het bij tegenslag niet op te geven en door te gaan met het oefenen van je grenzen aangeven. Uiteindelijk zal dit steeds meer een tweede natuur worden.